Structuur opleiding en overzicht leerstof
Fase 1:
De techniek van het autorijden. In deze fase leer je de auto te besturen en bedienen. De inhoud en volgorde van de leerstof is:
sturen, gas geven en het gebruik van de spiegels en kijktechniek
rijden in het stadscentrum (Delft) met toepassing van de leerstof uit les 1 (korte bochten en smalle wegen)
het gebruik van de remmen, verkeersinzicht en sociaal gedrag
het vaart minderen in verschillende situaties (bijv. drempels)
(ont-)koppelen, wegrijden vanuit stilstand en schakelen
het toepassen van alle technieken en opbouw routine
de hellingproef, waarmee fase 1 wordt afgesloten
Fase 2:
Nu je de auto kan besturen gaan we je aandacht, die je tot nu voornamelijk voor de auto nodig had, verleggen naar het verkeer om je heen en de situaties die je nadert. Je leert:
het gebruik van informatie die a.h.v. borden, tekens op de weg en (verkeers-)lichten wordt gegeven
het naderen en oversteken van kruisingen
het invoegen, inhalen en uitvoegen op de snelweg
bij al deze zaken het juiste kijkgedrag
Als deze fase doorlopen is, heb je de basiskennis en de basis- vaardigheden om je op de juiste wijze te gedragen in het verkeer. Je zal deze in de vervolglessen blijven oefenen en toepassen tot je al je taken routinematig kan uitvoeren en zelfvertrouwen hebt.
Fase 3:
In deze fase ga je alle bijzondere verrichtingen leren. Je zal zeven verrichtingen moeten kunnen, te weten:
hellingproef (reeds geleerd in fase 1)
recht achteruit rijden
achteruit rijden om een bocht
keren in een straat
keren dmv een halve draai
parkeren in file
parkeren in een vak (dwars op de rijrichting)
Door het gebruik van herkenningspunten voor de diverse in- en terugstuurmomenten zal je deze vaardigheden snel aanleren. Je gaat de oefeningen op veel verschillende plekken doen, zodat je intussen ook het examengebied goed gaat kennen. Dit gebied bestaat uit de plaatsen Rijswijk, Delft, Pijnacker-Nootdorp, Zoeter- meer, Den Haag Zuid, Rotterdam Noord en Leidschendam-Voorburg. Ik laat je de meest uiteenlopende situaties zien en de bekende valkuilen die er in de regio te vinden zijn.
Fase 4:
Je zal op het (proef-)examen zelfstandig moeten kunnen rijden. De eerder geleerde bijzondere verrichtingen worden in twee groe- pen ingedeeld:
de keeropdracht
de parkeeropdracht
Daarbij mag je zelf bepalen hoe en waar je de opdracht gaat uitvoeren. Inzicht is wat je moet tonen. Zolang het verkeers- veilig en technisch vaardig verloopt, wordt het goed beoordeeld.
Vervolgens zijn er nog twee elementen van het examen, waarvoor een examinator kan kiezen:
de stop-opdracht
de situatiebevraging
De stop-opdracht is niets meer dan op verkeersveilige wijze stop- pen langs de kant van de weg, zodanig dat je weer meteen weg kan rijden (stop-and-go).
Bij een situatiebevraging stelt de examinator een vraag over een verkeerssituatie die je voor je ziet of waar je zojuist doorheen bent gereden. De auto wordt langs de kant stilgezet, zodat je vragen kan beantwoorden over de belangrijkste elementen van de situatie.
Ook zal je zelfstandig een opgegeven route moeten rijden. De examinator kan kiezen uit drie manieren om dat te toetsen:
de clusteropdracht
het variabele coördinatiepunt
gebruik van het navigatiesysteem
Een clusteropdracht is het volgen van een route aan de hand van een aantal aanwijzingen, die de examinator aan je geeft. Dit kun- nen maximaal vijf aanwijzingen in één opdracht zijn.
Een variabel coördinatiepunt is een object, in het examengebied, waar je zonder aanwijzingen naartoe moet kunnen rijden. Dit kan een gebouw zijn dat je goed kent, of een gebouw dat je van een afstand kan zien staan. Plan zelf je route daar naartoe.
Het gebruik van een navigatiesysteem spreekt voor zich.
Je ziet: er is veel te leren! Gemiddeld kom je als leerling al gauw aan 35 á 40 lessen om alles te oefenen. Regelmaat en meerdere lessen per week (vooral blokuren) kunnen de zaak bespoedigen en het totaal aantal lessen verlagen.
Al het geleerde zal voldoende geoefend moeten worden om vooral routine op te bouwen. Het accent ligt daarbij op het kijkgedrag. Uitsluitend door goed en consequent kijkgedrag en het gebruik van de beschikbare informatie kan je al deze taken met zekerheid en de juiste timing uitvoeren.